“Wijnglazen zijn aangenaam onpraktisch”

Geplaatst op 3 juli 2013

0


Wijnglazen zijn aangenaam onpraktischOver wijnglazen is al veel gezegd en geschreven. Over hoe ze vluchtige aroma’s gevangen houden en delicate bouquets tot hun recht laten komen. Waarom rood en wit ontegenzeggelijk in verschillende kelken thuishoren. En dat Bordeaux in een glas voor Bourgogne toch heiligschennis zou zijn.

Maar zijn wijnglazen wel echt nodig? Volgens de Amerikaanse ontwerper Murray Moss alvast wel, zij het dan om een volstrekt andere reden dan we gewoon zijn. Wijnglazen zijn belachelijk onpraktisch, vindt hij. Ze zijn gemaakt van fragiel glas en steunen op lange, frêle stengels. Ze breken gemakkelijk. Ze zijn moeilijk om vast te houden en nog moeilijker om schoon te maken.

Met enige zin voor overdrijving zou je kunnen zeggen dat wijnglazen slecht ontworpen zijn. Maar als die ondingen zo hinderlijk zijn, waarom hebben ze dan al eeuwen dezelfde vorm? Welke mystieke kwaliteit houdt de vorm van wijnglazen in stand?

“De delicaatheid van een wijnglas, is wat het zijn waarde geeft”, redeneert Murray Moss. “Ze behouden hun onpraktische vorm en broze karakter, omdat ze menselijk gedrag sturen. Je komt thuis na een lange dag werken, je giet iets in het glas en je wordt stijlvoller. Je houdt het glas op een bepaalde manier vast omdat je weet dat het fragiel is. Je drinkt de wijn voorzichtig, net door die breekbaarheid. Het glas laat je toe om iets te koesteren.”

Als dat geen mooi antwoord is, de volgende keer dat iemand je vraagt waarom de wijn niet in een plastic beker mag.

 Wil je op de hoogte blijven van wat er reilt en zeilt op Le Vin Perdu? Dat kan via Twitter en Facebook.

About these ads
getagged:
Posted in: Wijnverhalen